prehistorisch eten

Gierst

Wat had de prehistorische mens op het ‘menu’ staan? Analyses van o.a. de maaginhoud van veenlijken geven een beeld waaruit zijn laatste maaltijd bestond. (het bekenste veenlijk, de  man Tollund (Denemarken)  geeft een indicatie van zijn ‘galgenmaal’. De maaltijd had bestaan uit pap of moes die voornamelijk was samengesteld uit primitieve gerst, vruchten van duizendknoop, vlaszaad en dotterzaad) Behalve wat dierlijke ‘restanten’ zoals haar, botjes en visgraatjes werden ook vooral graansoorten, vlas en huttentut aangetroffen. Opmerkelijk zijn ook de vele soorten onkruid(zaden) zoals duizendknoop, spurrie, melkganzenvoet en zuring. Er wordt aangenomen dat de onkruidzaden doelbewust voor de consumptie zijn verzameld. Maar ook hazelnoten en zelfs enkele appelpitjes maakte deel uit van de maag inhoud.  Uiteraard zal hij ook wel eens een schaap, geit, varken hebben geslacht. Men veronderstelt dat kippen pas door de Romeinen in deze streken zijn geïntroduceerd.  In ieder geval verbouwde de boeren op hun akkers verschillende soorten granen zoals spelt, emmer en éénkoren. Maar ook ‘duivenbonen, erwten, linzen, pastinaak. Als oliehoudende gewassen werden vlas en huttentut geteeld. In het ‘wild’ zal hij ook voedsel hebben verzameld te denken valt dan o.a. aan hazelnoten, paddenstoelen, bramen, wilde pruimen, appels en mispels. Daarnaast zal hij heus wel een fuik hebben gezet om ook de verschillende vissoorten zoals snoek en zalm te bemachtigen. Jacht moet van ondergeschikte belang zijn geweest maar een zwijntje, ree, oeros en watervogels zullen heus ook op het menu hebben gestaan. Ook archeologische vondsten geven een indicatie welke gewassen verbouwd werden en dus ook gediend zal hebben voor voedsel. In welke vorm dit alles werd genuttigd is een wat lastigere vraag maar men gaat er vanuit dat het eten veel als een soort ‘brei’ of éénpansgerecht werd genuttigd. Ook ‘soep’ zal wel op het menu hebben gestaan. Brood zal er ook wel zijn geweest, maar of dit elke dag op het menu stond is nog maar de vraag omdat het toch een heel bewerkelijk product is. Dit is waarschijnlijk maar een kleine ‘greep’ van wat de mens nuttigde.  (zie ook: wilde groenten, broodbakken, kaas maken, prehistorische kook en baktechnieken, vis en vlees roken) En hoe dit alles smaakte?  Hieronder staan enkele recepten. Maar of wij het lekker vinden…..ik denk dat we dan onze toevlucht moeten zoeken naar de hedendaagse EG-hulpstoffen.

Gekookte Veldzuring

Zuring

De bladeren wassen, kort koken, laten schrikken met koud water en uitlekken. Hierna grof of fijn hakken. Meel in vet aanbraden en de groente erbij doen. Op smaak brengen met zout, en wat honing. Hierna zo’n 150cc melk toevoegen en gaar koken.

Veldzuringpuree

De zuring wassen, met een snufje zout en in zeer weinig water gaar stomen. Hierna pureren de puree binden met een meelsaus.

Brandnetel ‘kroketten’

De bladeren tot een dikke brij koken en een deegachtige massa ervan kneden met (ganzen)eieren, melk, gewelde havervlokken of meel. Dit alles bakken op een platte steen/bakplaat.

Giersteprut

Mispel

Kook de gierst in voldoende water (of melk) gaar. Voeg voor de ‘extra smaak’ verschillende soorten bosvruchten toe. Dit kunnen o.a. wilde aardbeien, bosbessen, frambozen, bramen,sleedoorn, vlierbessen en rozenbottels zijn. Maar ook geroosterde hazelnoten en stukjes wilde appel kunnen er deel vanuit maken. Om het wat zoeter te laten smaken kunnen we honing toevoegen. In het najaar kunnen we ook de mispel hiervoor gebruiken.

Brandnetel kraailooksoep

Zo rond mei zijn deze ingrediënten in de vrije natuur volop te vinden.  Brandnetels zijn bij iedereen wel bekend. En met een beetje zoeken moet look zonder look en kraailook ook wel te vinden zijn. De 2 laatste geven de typische uiensmaak aan deze soep. Voor de brandnetels nemen we de verse groene toppen, ook voor de look zonder look. Soms lukt het om de kraailook met bol en al uit de grond te trekken en anders wordt het spitten.

We plukken dus 2 handen toppen van brandnetels en snijden deze fijn. Het zelfde toen we met look zonder look. Van de kraailook nemen we ongeveer 15 bolletjes en deze fruiten we wat in (raapzaad)olie.  Voeg hierna 1 liter water toe. (voor een stevige soep kunnen we een vleesbouillon) gebruiken. Laat dit geheel zo’n 30 min pruttelen. Voor een ‘volle soep’ kunnen we ook nog stukjes pastinaak of linzen toevoegen. Misschien wat aan de flauwe kant, dan een snufje zout toevoegen als was zout in de ijzertijd een kostbaar iets.

brandnetel-kraailooksoep

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in prehistorisch eten. Bookmark de permalink .

2 reacties op prehistorisch eten

  1. Igor zegt:

    Het eerste recept is erg lekker!
    Gr. Igor

  2. Greet zegt:

    De brandnetelkroketten ook!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s